De Chinezen hebben de stad schoongeveegd. Het afval dat de Chinezen (en de rest van de wereld) op straat gooit, wordt keurig opgeruimd door schoonmakers. Je kijkt als toerist je ogen uit als je al die glimmende wolkenkrabbers en de mooie nieuwe architectonische hoogstandjes langs de autowegen ziet staan. Het ‘nieuwe’ China, vol mooie gebouwen en westerse bedrijven.
Waar geen prestigieuze gebouwen staan, zie je schermen met het onvermijdelijke One World, One dream en andere Olympische oneliners.

Achter die schermen, daar gebeurt het. Daar beginnen de hutongs, de leefomgeving van de minder rijke Chinees. Voor de Chinese overheid blijkbaar iets om je voor te schamen in deze tijden.

Als je door een hutong wandelt, lachen de mensen vriendelijk naar je. Ze kennen allemaal één Engels woord en dat is ‘hello’. Dat vinden ze dan ook prachtig en je krijgt het als blonde, westerse vrouw in hoog tempo op je afgevuurd. Ik lach vriendelijk terug en word meteen uitgenodigd om aan te schuiven aan tafel. Chinees biertje erbij en ze lachen hun tanden bloot. En dan wordt het lastig: verder dan ‘hello’ gaat de Engelse woordenschat van de hutong-Chinees niet. En veel verder dan ‘ni hao’ gaat mijn woordenschat niet. We lachen wat naar elkaar en ze willen allemaal met me op de foto.

Hier geen Olympische vlaggetjes of slogans. Zijn ze überhaupt op de hoogte van de enorme medaillejacht van hun Chinese sporters?















